
Historie
Fort Voordorp werd samen met de forten Ruigenhoek, Rijnauwen en Vechten in de periode 1867-1871 aangelegd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit is een verdedigingslinie van 85 km lang die loopt van het eiland Pampus tot aan de Biesbosch en bestaat in totaal uit 46 forten en 5 vestingsteden. Wanneer Nederland werd aangevallen door de vijand zouden we door middel van hoogteverschillen, het doorbreken van dijken en door het gebruik van speciale sluizen, grote delen van Nederland onder water zetten en vanuit deze linie het "rijke" westen verdedigen.
Bezetting
Tijdens mobilisaties van Fort Voordorp was de militaire bezetting samengesteld uit eenheden van infanterie, vestingsartillerie en kleinere detachementen van genie, telegraafdiensten en geneeskundige troepen, die onder bevel stonden van de fortcommandant. De gemobiliseerde troepen waren na aankomst druk bezig met het in staat van verdediging brengen van het fort en het terrein daarbuiten. Deze werkzaamheden omvatten de aanleg van loopgraven, artillerieopstellingen, prikkeldraadversperringen, de constructie van schuilplaatsen, de inrichting van wachtposten, etcetera. Verder was het noodzakelijk de graad van geoefendheid van de gemobiliseerden op peil te houden.
Legering en verpleging
Tijdens mobilisaties vond de bezetting van het fort onderdak in de bomvrije kazerne. Erg comfortabel was deze legering niet; De slaapzalen annex dagverblijven waren met een bezetting van 37 tot 46 man eigenlijk te vol. De manschappen sliepen op britsen, soms ook op strozakken op de vloer. Voor het opbergen van de uitrusting, kledingstukken en persoonlijke bezitting was slechts één aan de muur bevestigde plank per persoon beschikbaar. Dit leidde vaak tot vermissing en diefstal. Het eten werd bereid in ketels van 300 liter, waardoor het nooit erg smaakvol kon zijn. De ruimtes werden door middel van kachels gestookt met kolen en turf, maar desondanks bleef het koud en vochtig.
Vanaf 1914 werd er meer aandacht besteed aan het welzijn van de gemobiliseerden. Sportoefeningen, douches (1 keer per 2 weken) in een badhuis in Utrecht, cursussen, hobbyclubs en dergelijke veraangenaamden het leven van de manschappen. De ligging bij de stad Utrecht was daarbij natuurlijk een gunstige factor. Zo hield het “Dames Comité voor een kerstgave aan militairen” in 1914 een inzameling waarbij de bevolking werd opgeroepen om bivakmutsen, handschoenen, sigaren, chocolade e.d. in te zamelen.